Blog: Peter Zandee (TC Tubantia)
Redacteur Peter Zandee houdt de komende tien weken een blog bij over zijn ervaringen tijdens de Eiberrun-clinics.
8 mei 2010: Eindelijk geel
De Tour de France kan er niet aan tippen: de Eiberrun kent minstens 130 gele truidragers. Een paar weken later dan de bedoeling was, zijn zaterdag alsnog de gele tricots u
itgedeeld aan de deelnemers van de jaarlijkse clinics. Het zijn inmiddels duidelijk collector's items geworden: tijdens de clinics loopt een flink deel van de (meer ervaren) lopers in oudere uitvoeringen van het lopersshirt. Nu komt daar de kleur van dit jaar bij: fluorescent geel. Dat zal niet alleen de Eiberrun geel kleuren, maar buiten de loop om ook de veiligheid van individuele lopers bevorderen, is althans het idee.
De loperssetjes die de deelnemers aan de tiende serie clinics in successie hebben gekregen, bestaan behalve uit een shirt uit een lopersbroek en een paar naadloze sokken. Die laatste moeten blaren helpen voorkomen. Voor de rest: aan de voorbereidingen van de lopers zal het niet liggen, noch aan de inspanningen die het legertje vrijwilligers van met name de ASV - inclusief medewerkers van sponsors - dat het hardloopevenement in goede banen probeert te leiden. Want het succes van de clinics en het evenement scheppen ook steeds grotere verplichtingen.
Ga er ook maar aan staan: alleen al 130 deelnemers aan de clinics, maar natuurlijk nog veel meer deelnemers op zondag 16 mei. Dat betekent zoveel namen, nummers, terwijl iedereen persoonlijk keus heeft uit een favoriete afstand. Voor de loop worden deze week chips en startnummers gedrukt en klaargelegd. Dat speelde de afgelopen weken al rond de kledingsetjes voor de clinicdeelnemers. Met ieders persoonlijke kledingmaten en keuze van het model lopersbroek moest rekening gehouden worden. Dat de lopers er niet eerder in konden verschijnen, is natuurlijk een dompertje voor de belangrijke sponsors (wier namen op het shirt staan), maar het illustreert tegelijk hoe moeilijk het organisatorisch allemaal wordt. Net zoals elke loper individueel de grenzen van het eigen kunnen opzoekt (en zo verantwoord mogelijk oprekt), zet de ASV als club organisatorisch prestaties neer.
Zaterdag 15 mei, daags voor de Eiberrun, zijn er geen clinics meer, maar getraind wordt er deze week natuurlijk nog wel volop. Ik ben benieuwd hoe vaak ik deze week in het inmiddels knalgroene landschap het felle geel van de Eiberrun-shirts ontwaar. Dat het lopersvirus zich snel verspreidt, lijkt wel duidelijk. De 16e iedereen een goede loop toegewenst!
1 mei 2010: Vals plat
Het aftellen is begonnen, met nog twee weken te gaan tot de Eiberrun. Uiteindelijk is dat het evenement waarvoor we trainen. Iedereen die aan de clinics meedoet, zal de 5 Engelse mijlen goed kunnen uitlopen. Voor de 10 Engelse mijlen moet je qua training ook wat grotere afstanden in de benen hebben. Maar de 5 mijl zou je in theorie ook kunnen uitlopen zoals we op zaterdag meestal trainen: een paar minuten hardlopen, halve minuut wandelen en dan weer opnieuw de draf erin. Tussendoor wandelen is natuurlijk niet het doel waarvoor je getraind hebt, maar om een loop over grotere afstand vol te houden, kan het je helpen. Je weet immers niet van tevoren wat het weer doet op 16 mei.
Onderweg kun je drinken, maar dat betekent even stoppen en dan opnieuw de sokken erin zetten. Het van stilstand weer in je optimale tempo raken, da's de kunst. Soortgelijke momenten heb je, als je op drukke punten even vaart moet minderen. Of als het even berg op gaat. Met sportpark De Bijenkamp als uitvalsbasis hebben we op de Mallemse Es en in het Slingebos het nodige aan ongelijk parcours leren kennen.
Deze zaterdag hebben we dat uitgebreid met een klein stukje van de echte Eiberrun-route, met daarin de fietstunnel onderdoor de Needseweg. Die is meer dan vals plat: helling af, piepklein stukje vlak, helling op. Kortom: een echte kuitenbijter.
Het is net als bij autorijles, waar de instructeur in vlak landschap allerlei kleine hellinkjes uitbuit voor de hellingproef. Waar in Eibergen 'bergen' vaker de hoogte van krieleitjes dan van struisvogeleieren hebben, biedt het kunstwerk onderdoor de N823 kans op bijna alpiene ervaringen. Als je naar beneden loopt, wil de zwaartekracht een handje helpen en moet je de neiging bedwingen te willen vliegen. En luttele meters verderop moet je niet met alle macht willen proberen in het oude tempo naar boven te gaan, maar juist iets kleinere passen te maken.
Alleen zo spaar je de motor: je wilt immers nog veel meer loopkilometers maken. Ook na de Eiberrun, trouwens...
24 april: Veiligheid
De afgelopen week werd in Azewijn een hardloper aangereden. Dat ongeluk deed zich tegen negen uur 's avonds voor. Zelf zie je dan nog genoeg, maar gezien worden is een ander verhaal. Zelfs in botsing met een fietser kun je zeer ongelukkig gewond raken. Om nog maar niet te spreken over de menselijke 'kreukelzones', waardoor je voorgoed - excuses voor de ongelukkige beeldspraak - 'uit de running' kunt raken.
Bij de Eiberrun-clinics op zaterdagmorgen wordt regelmatig stilgestaan bij het aspect veiligheid. Links lopen, elkaar waarschuwen voor achteropkomend verkeer. Soms kun je beter een paar stappen opzij doen in plaats van alleen maar vooruit.
Volgende week kleurt De Bijenkamp op de Dag van de Arbeid niet rood maar geel, als het loperslegioen de outfit aantrekt die dit jaar ter gelegenheid van de tiende Eiberrun-clinics wordt uitgedeeld. Toegegeven, ook nu al zijn er veel lopers die in opvallende lopersshirts trainen. Maar al dat geel zal gewoon pijn doen aan de ogen. Bij wielerploegen – neem alleen maar de groepjes wielrenners of skeeleraars van De Stofwolk – zie je regelmatig hoe zo'n opvallende uniforme outfit de verkeersveiligheid bevordert. Natuurlijk gaat het bij de Eiberrun in de eerste plaats om de feestelijke uitstraling. Maar het veiligheidsaspect zal zeker hebben meegewogen bij de keuze van de kleur.
Na de Eiberrun blijft iedereen natuurlijk lopen, maar zal het voor niet-ASV'ers weer een wat individuelere sport worden. Werpen de shirtjes hopelijk ook dan nog hun vruchten af. Wie nu of later aan andere hardloopspullen toe is, doet er goed aan om 'bij gelijke geschiktheid' voor wat reflecterende details te kiezen. Of zelfs voor een lampje, als je denkt dat je onder echt donkere omstandigheden gaat lopen. Of van plan bent op 16 mei erg lang van het Eiberrun-parcours af te dwalen...
In plaats van een lampje kopen, kun je dan trouwens ook 29 april tijdens de donderdagavond-training om zeven uur 's avonds vanaf de Pickerhal het parcours verkennen. Zeker als je het bij vijf Engelse mijlen houdt, moet je dat voor het invallen van de duisternis kunnen redden...
17 april 2010: Natuur
Begonnen onder winterse omstandigheden, lopen de deelnemers aan de Eiberrun-clinics inmiddels onder steeds mildere voorjaarsomstandigheden. De Bijenkamp is inmiddels een geurige groene oase. Zelfs als de wekelijkse clinics het Slingebos een keer overslaan, blijft het vooral lopen in het groen. Inlopend aan het begin van de training, voert de warming-up nogal eens langs de noordelijke zoom van het sportpark. Hier worden de velden van FC Eibergen en De Stofwolk omgeven door soms ronduit historisch groen. Op een punt passeren de lopers naast een rij eeuwenoude eiken zelfs een oude zandstenen (marke)grenspaal. De idylle wordt echter bedreigd: regelmatig komt al lopend de voortgang rond de geplande nieuwe N18 ter sprake. Die komt, als de plannen doorgaan, op deze plek kort langs De Bijenkamp te lopen. Een naburige boerderij zie je in gedachten al platgewalst worden.
Resteert altijd nog het Slingebos aan de andere kant van het complex. Wie 's winters denkt dat het bos nog volop groen is, moet nodig in het voorjaar terugkomen als dan ook loofbomen en struiken ad krijgen. Wie hardloopt, ervaart het bos nadrukkelijker dan een toevallige wandelaar. Al was het maar omdat je de lentelucht met liters tegelijk inademt. Hoewel sommige lopers liever effen asfalt onder de voeten hebben, lijkt er qua lucht niets boven de natuur te gaan. Tenzij je problemen met stuifmeel hebt, natuurlijk. Het parcours van de Eiberrun voert weliswaar voor een flink deel door het buitengebied, maar wel puur en alleen over verharde wegen. Kun je de natuur dus ook alleen nog maar opsnuiven.
Om nog even bij natuur te blijven: andere groepen clinicdeelnemers ontwaarden zaterdag op de parkeerplaats bij de wielerbaan een kolonie ooievaars. Vreemde vogels in ieder geval, die grote gelijkenis vertoonden met de vierde clinicgroep. Klopt: stap voor stap een been hoog optrekkend in kniehef, sta je bij deze oefening raar te wiebelen. Dat schijnt vooral goed te zijn voor het versterken van de enkelbanden. De lopers in kwestie snappen nu in ieder geval waarom ooievaars staan zoals ze staan: trek je een poot op, dan kun je dat voor de stevigheid van de andere het liefst maar hoog doen?
10 april 2010: Sneller
De clinics beginnen vruchten af te werpen, lijkt het algemene gevoel. Na de goede oefeningen en na veel oefenen – daartussen is verschil – kost hardlopen minder moeite. Je houdt het bovendien langer vol. En maakt dus gemakkelijk meer kilometers. Helemaal als je tussen de bedrijven door ook het tempo geleidelijk opvoert. Sommige oefeningen tijdens de clinics zijn erop gericht om meer controle te hebben over je eigen snelheid. Natuurlijk had iedereen zeker in het begin de neiging om te hard te willen lopen. Nog steeds is het devies bij het inlopen om het tempo bewust wat laag te houden.
De vergelijking met een auto dringt zich op, waarbij het ook niet slim is om plankgas te geven als de motor nog koud is. Als hardlopers raken we langzaam ingelopen, waarbij wordt gewerkt aan onze boordcomputer met snelheidsmeter en een metertje dat aangeeft hoe slim we omgaan met onze brandstof. Waar we per groep een beetje aan elkaar gewaagd zijn, worden daar oefeningen omheen gebouwd. Door bijvoorbeeld twee rondjes te lopen, waarbij de volgorde van binnenkomst na het eerste rondje bepaalt met hoeveel voorsprong of achterstand je aan het tweede rondje begint.
Om bij zo'n tweede rondje dan min of meer gelijk te eindigen is trouwens niet eenvoudig. Je moet of flink aan het inhalen, en dat valt of erg zwaar of je overdrijft schromelijk. Of het is de bedoeling dat je ingehaald wordt, maar als je in een lekker tempo terechtkomt ga je natuurlijk niet inhouden. Kortom, 'we' worden sneller en/of houden ons tempo langer vol...
3 april 2010: Blessures
Trainen is een combinatie van allerlei. Grenzen verkennen, verleggen of oprekken, aanleren van betere technieken. Leren luisteren naar je lichaam, ook. Rust- en herstelmomenten worden ingelast tussen inspannende oefeningen door. Inleidende en afsluitende rek- en strekoefeningen moeten blessures beperken, maar helemaal zonder pijntjes blijft niemand. De Eiberrun-clinics kennen begeleiding door een aantal fysiotherapeuten. Wie tussendoor of tijdens de trainingen problemen voelt opkomen, kan hen opzoeken. Gevorderde sporters weten uit eigen ervaring vaak wat erbij hoort en wat niet. Van spierpijn tot steken in de zij, tot serieuzere blessures die zich herhalen. Al lopend heb je het met collega-lopers over van alles, inclusief pijntjes en erger.
Sommige problemen moeten eerst overgaan voordat je verder traint, maar er zijn dingen waarmee je rustig kunt trainen. Zeker als het van stilzitten ook al niet beter werd. Wordt het al hardlopend te erg, dan stap je desnoods uit, maar een loopneus heet niet voor niets een loopneus...
27 maart 2010: Engels
Rare jongens (en meisjes), die Engelsen. Dat ze hun stelsels van inches, feet, yards, miles overeind hielden, was destijds vooral vanuit het principe niet mee te willen doen met de Europese nieuwlichterij van Napoleon Bonaparte. Sinds de Engelsen 100 pennies in een pound sterling stoppen en de crowns en shillings zijn afgeschaft, gaan ze op steeds meer fronten alsnog decimaal. In de atletiekwereld blijft de afstand van de Engelse mijl fier overeind. En daar trainen we hier voor, althans voor het vijf- of tienvoud ervan. En vandaar de Britse vlag de Union Jack in het Eiberrun-logo.
Hardlopen wordt soms een beetje hoofdrekenen van die Engelse maten. Een Engelse mijl is 1609,344 meter, dus oefenen we voor dik 8 en dik 16 kilometer. Laat de atletiekbaan precies 400 meter zjin: als je na de finishlijn nog 2,30 meter doorschiet, zit je op een kwart mijl. Om helemaal in de Engelse sferen te lopen, wordt bij het onderdeel looptraining een oefening gedaan waarbij je met gestrekte benen loopt. Da's geen poging om je te bekeren tot de sport van het snelwandelen, maar lijkt wel verdacht veel op wat komiek John Cleese ons ooit met zijn Ministry of Silly Walks probeerde bij te brengen!
Om hardlopen en hoofdrekenen hand in hand te laten gaan, hielden we (sorry, althans de novices van groep 4) ons deze zaterdag bezig met wat de pyramide-training genoemd werd: 200 meter, 400 meter, 600 meter, nog eens 600 meter, 400 meter, 200 meter. Dat allemaal door middel van hele, halve en anderhalve ronden op de 400 meter-baan. Zolangzamerhand wordt duidelijk wie zich het meest plichtsgetrouw kwijten van het 'huiswerk' c.q. de huiswerkbegeleiding bij ASV. Het is immers de bedoeling dat je tussen de zaterdagse trainingen door ook sportief de benen strekt. Dat kan onder meer bij twee sessies bij de atletiekvereniging. Maandag ligt het accent daarbij op tempo, donderdag op duurloop.
20 maart 2010: Water
Guur winters weer heeft plaatsgemaakt voor zachter lenteweer. Dat merk je nadrukkelijker als je buiten bent, en helemaal als je een rondje hardloopt. Natuurlijk maakt een zwaluw nog geen zomer, roert maart zijn staart en zo meer, dus miezert het deze zaterdag af en toe een beetje tijdens de clinic. Dat betekent hardlopen met waterkoeling: heel aangenaam.
Of het nu komt doordat iedereen inmiddels wat geoefender is of door het weer, is niet helemaal duidelijk. Maar hoe dan ook: de waterbehoefte bij het lopen neemt toe. Omdat het niet altijd regenen kan en regenwaterdrinkers behalve een droge tong ook een stijve nek oplopen, is kraanwater meenemen een uitkomst. Veel routiniers hebben standaard al een fles kraanwater in hun tas. Niks ten nadele van de koffie in de ASV-kantine, maar die slobber je niet in de eerste plaats naar binnen om de vochthuishouding bij te spijkeren. Water wel.
Voor wie naast water- ook suikerbehoeftig wordt, is tijdens de training al eens ranja gesuggereerd. In meer algemene termen heb je tegenwoordig limonadesiropen in allerlei smaken. Een flesje is snel afgevuld onder de kraan. Hoeven de producenten van dure sportdrankjes ook geen winstwaarschuwingen uit te geven nu er rond Eibergen dezer dagen toevallig wat meer wordt hardgelopen...
13 maart 2010: Leren lopen
Het onderdeel looptraining tijdens de clinics voor de Eiberrun is eigenlijk heel bijzonder. Want het is zoiets als leren lopen. Terwijl iedereen dat al jaren kan. Bij opgave kwam iedereen echter het aanvinkhokje al tegen: ben je beginnend loper? Da's een gewetensvraag.
Bij de indeling op hardloopniveau is het gros van de nieuwkomers bescheiden in de groepen 4 en 5 van start gegaan. De groepen 1, 2 en 3 bestaan vooral uit ervaren hardlopers die vaak al meerdere jaren de clinics bezoeken ter voorbereiding van de Eiberrun. De groepen 4 en 5 staan wat nadrukkelijker stil bij het onderdeel looptechniek. Want het maakt veel hoe je loopt, vooral als je het over een grotere afstand langer vol wilt houden, en liefst ook nog wat sneller wilt gaan.
Hoe til je je been op, zet je je voet neer, beweeg je je armen daarbij ter ondersteuning? Kortom: net zo goed als voet- en andere ballers eeuwig trainen op de beste techniek om de bal zo goed, handig en snel mogelijk op de bedoelde plek te krijgen, is lopen de techniek waar hardlopers niet snel op uitgeleerd raken.
Als beginners hebben we tijdens de tweede clinic ook een testloop gedaan om te weten hoelang iedereen doet over 1 kilometer. Kun je voordat de Eiberrun op het menu staat, ook nog eens uitproberen of het inmiddels al wat sneller gaat.
Belangrijker om de 5 of 10 Engelse mijl te kunnen afleggen, is echter ook of je een langere afstand aankunt. Vrij zwaar is dan ook de intervaltraining: steeds 1 minuut hardlopen met tussendoor een halve minuut wandelen, en dat vijf keer achter elkaar. Die ene minuut houdt iedereen uiteraard wel vol, maar wandelen is toch duidelijk minder inspannend dan rennen. Ik betrapte me erop dat ik tijdens die halve minuten 'relaxen' dacht dat een wandelclinic misschien toch ontspannender zou zijn om de zaterdagmorgen mee te beginnen. Maar juist ook door de inspanning kom je op dreef, weet ik nu: de zaterdagse klusjes thuis lijden verder weinig onder het uitstel voor mijn sportieve uitspattingen. Hooguit spelen knieen en heupen gedurende het weekend wat meer op.

Peter Zandee (107) tijdens ASV's Nieuwjaarscross op 3 januari 2010. Archieffoto: Toma Tudor
6 maart 2010: Grenzen verleggen
Een goede warming-up is het halve werk. En de cooling-down na afloop komt er meestal bekaaid af. Wil je blessures tijdens het lopen en spierpijn na afloop voorkomen, dan zijn rek- en strekoefeningen belangrijk, zo benadrukt trainer Karin Tankink.
Als de beginnersgroep van de Eiberrun-loopclinics vanaf sportpartk De Bijenkamp het Slingebos in loopt, wordt de ondergrond zachter. Eerst zandweg, daarna bosgrond. Dat betekent beter opletten waar je je voeten neerzet, maar meer demping. Voor een herintredende loper die na tien jaar twintig kilo meer in de schaal legt, geen overbodige luxe. Hoewel, terug op de atletiekbaan van ASV went ook de vlakke harde ondergrond weer snel.
Hardlooptraining is een continu proces van grenzen verleggen. Waarbij je in de groep eerder dan wanneer je individueel traint, wordt uitgedaagd net iets langer door te gaan voordat je terugzakt tot wandeltempo. Ook als je lekker op dreef bent, is even wandelen trouwens goed tussendoor

Foto: Frans Nikkels
Bron: TC Tubantia